10.00 uur: Bezoek aan het Hinsz-orgel in de Dorpskerk te Haren. Rijksstraatweg 188, 9752 BR Haren.
In 1770 en 1771 bouwde Hinsz een √©√©nklaviers orgel met aangehangen pedaal voor de Hervormde Dorpskerk in Haren in Groningen. Hij gebruikte hierbij pijpwerk uit het vorige orgel, dat zich in een slechte conditie bevond, gebouwd in 1675 door Johannes Helman met acht stemmen. Het nieuwe orgel had bij oplevering 11 stemmen. Dirk Lohman werkte in 1817 aan het instrument, o.a. om de windvoorziening weer gelijkmatig te krijgen. Later in de negentiende eeuw plaatste vermoedelijk Van Oeckelen een Viola di Gamba 8′ op de plek van de Sexquialter. Klaas Doornbos maakte in 1937 een pneumatische lade met twee registers (Bourdon 16′ en Octaaf 4′). Tevens maakte hij een transmissie voor de Bourdon 16′ voor het pedaal. Op 20 februari 1937 werd het orgel weer in gebruik genomen. G. van Leeuwen haalde in 1957 de aparte lade weg. Hij maakte verder een Borstwerk en een echt vrij Pedaal. Op 10 januari 1958 werd het gereviseerde orgel in gebruik genomen. Later werd de Cornet 2′ van het pedaal vervangen door een Schalmei 4′.
Voorjaar 2001 is Reil begonnen met een volledige reconstructie van het orgel naar de toestand van 1771. Het pijpwerk dat later is bijgeplaatst werd verkocht ten bate van het orgelfonds. Adviseur bij de werkzaamheden was Stef Tuinstra. De restauratie werd afgerond in augustus 2002, waarna het orgel op 30 augustus weer in gebruik is genomen.
Dispositie:
Manuaal: Prestant 8′, Holpijp 8′, Quintadeen 8′, Octaaf 4′, Roorfleut 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Sexquialt II-III sterk, Mixtuir III-IV sterk (gedeeld) – 2002, Trompett 8′ (gedeeld) – 2002.
Pedaal: Bordon 16′, Octaaf 8′, Basuin 16′.
Koppelingen: Pedaalkoppel.
Speelhulpen: Tremulandt, Windlossing, Afsluiting.
12.00 uur: Lunch in Haren. Een geschikt adres is wellicht: Anytyme Astoria (Snack & Dine) Rijksstraatweg 200, 9752 BR Haren.
Uiterlijke vertrektijd uit Haren is 13.10 uur.
13.30 uur: Bezoek aan het orgel van de Koepelkerk te Sappemeer. Noorderstraat 167, 9611 AD Sappemeer.
Het orgel is in gebruik genomen op 21 juli 1875. Het is sinds de bouw nimmer meer gewijzigd, en verkeert nog altijd in de oorspronkelijke staat. Wel werd de orgelkas in 1910 in eiken geschilderd, maar dat is in 1990 weer hersteld, toen de oorspronkelijke mahoniekleur is teruggebracht. In 2009-2010 is het gerestaureerd door de firma Steendam.
Dispositie:
Hoofdwerk: Bourdon 16′, Violon 16′ (discant), Prestant 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Mixtuur III-V sterk (2′), Trompet 8′.
Bovenwerk: Violoncello 16′ (discant), Prestant 8′, Holpijp 8′, Viola di Gamba 8′, Speelfluit 4′, Woudfluit 2′, Clarinet 8′.
Pedaal: Aangehangen.
Koppelingen: Manuaal Koppel.
Speelhulpen: 2 afsluitingen, Windlosser.
15.30 uur: Bezoek aan het orgel van de Doopsgezinde gemeente Sappemeer-Noordbroek. Noorderstraat 53, 9804 PL Sappemeer.
Het orgel van de in 1847 gebouwde Doopsgezinde Kerk in Sappemeer is gebouwd in de jaren 1854/1855 door G.W. Lohman. Het had oorspronkelijk een aangehangen pedaal. W..G. Hauff keurde het orgel op 15 december 1855. In 1859 plaatste men enkele gereserveerde stemmen, mogelijk is dat gedaan door N.A.G. Lohman.
Het orgel werd al in 1866 uitgebreid met een vrij pedaal door de firma Van Oeckelen. Hiervoor maakten zij twee pedaaltorens die door tussenvelden met het oude front zijn verbonden. De rechtertoren is slechts voor de symmetrie gemaakt, het pedaal staat geheel achter de linker. Achter de rechttoren bevindt zich de klaviatuur. Van Oeckelen wijzigde ook de dispositie van het bestaande gedeelte: er werd een Openfluit 4′ op het Bovenwerk geplaatst, evenals een doorslaande Clarinet 8′. De oude Woudfluit 2′ van het Bovenwerk verschoof men tot een Quint voor het Hoofdwerk, en er is ook een nieuwe Octaaf 2′ op het Hoofdwerk geplaatst. De Gemshoorn 2′, die in 1859 op het Hoofdwerk was geplaatst, verhuisde naar het Bovenwerk naar de vrijgekomen plaats van de Woudfluit.
De firma De Koff verbouwde het orgel in 1935, hierbij geadviseerd door K.M. Luyten uit Enschede. Zij plaatsten het Bovenwerk in een zwelkast en wijzigden de dispositie hiervan door de Openfluit te vervangen door een Vioolprestant 8′. Ook is de Trompet van het Hoofdwerk vervangen door een nieuw exemplaar.
Mense Ruiter restaureerde het orgel in de jaren 1988-1990 onder advies van Jan Jongepier, waarbij zoveel mogelijk de situatie van 1866 is hersteld. De Vioolprestant van De Koff is vervangen door een Nachthoorn 4′, gemaakt door Van Oeckelen voor het orgel van de Martinikerk in Groningen. Bij de restauratie is een nieuwe Trompet geplaatst, en ook is het pedaalklavier uit 1935 vervangen door een nieuw. Op 3 februari 1990 werd het orgel weer in gebruik genomen. Het werd hierbij bespeeld door Jan Jongepier en door dhr. J.J. Soesbeek, organist van de kerk.
Dispositie
Hoofdwerk: Bourdon 16′, Praestant 8′, Salcional 8′ (discant), Holpijp 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Quint 3′ – 1866, Octaaf 2′ – 1866, Mixtuur III sterk (gedeeld), Trompet 8′ (gedeeld) – 1990.
Bovenwerk: Violin Praestant 4′, Zacht Gedakt 8′ (gedeeld), Viola di Gamba 8′ – C-fis uit Zachtgedakt, Nachthoorn 4′ – 1838, Roerfluit 4′, Gemshoorn 2′ – 1859, Clarinet 8′ (gedeeld) – 1866, Tremulant – 1935, Nihil.
Pedaal: Subbas 16′ – 1866, Prestant 8′ – 1866, Bourdon 8′ – 1866, Bazuin 16′ – 1866, Trombone 8′ – 1866.
Koppelingen: Manuaalkoppel (gedeeld), Pedaal – Hoofdwerk.