10.00 uur: Bezoek aan het orgel van de Sint Pancratiusbasiliek in Tubbergen.Grotestraat 64, 7651 CK Tubbergen.
Hier drinken we eerst een kopje koffie.
In 1881 bouwde Maarschalkerweerd een één-klaviersorgel in de kerk met negen stemmen en aangehangen pedaal. In 1897 plaatste de firma Maarschalkerweerd het over naar de nieuwe kerk, een door Alfred Tepe ontworpen neogotische kruisbasiliek, gebouwd tegen de middeleeuwse toren. In 1917 breidde dezelfde firma het orgel uit met een vrij pedaal met een Subbas 16′ en een Violon 8′. Het werd in 1956 door Vermeulen geëlektrificeerd en uitgebreid met een tweede manuaal. In het jaar 2000 voerde Elbertse een restauratie uit onder advies van Jos Laus. Hierbij is het oorspronkelijke werk van Maarschalkerweerd in oude staat hersteld en er is een nieuw tweede manuaal in stijl gemaakt. Voor dit werk kon origineel Maarschalkerweerd-pijpwerk uit 1917 worden gebruikt, afkomstig uit het Pels-orgel van de Aloysiuskerk te Utrecht. Op zondag 16 juli 2000 is het in gebruik genomen met een bespeling door Jos Laus en Bernard Bartelink.
Dispositie:
Manuaal I: Bourdon 16′, Prestant 8′, Fluit Harmoniek 8′ – 1917, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Fluit Octaviante 4′, Octaaf 2′, Mixtuur II-III sterk, Trompet 8′ (gedeeld).
Manuaal II: Holpijp 8′, Viola di Gamba 8′ – 1881/2000, Prestant 4′ – 1917, Roerfluit 4′ – 1917, Nazard 3′ – 1917, Flageolet 2′ – 1917, Terzfluit 1 3/5′ – 2000.
Pedaal: Subbas 16′ – 1920, Openbas 8′ – 2000, Basson 16′ – 2000.
Koppelingen: Manuaal I – Manuaal II, Pedaal – Manuaal I, Pedaal – Manuaal II.
Speelhulpen: Ventiel, Afsluiter.

12.15 uur: Lunch in Ootmarsum

14.00 uur: Bezoek aan het orgel van de Protestantse Kerk in Ootmarsum
In 1569 bouwden de gebroeders Slegel een nieuw orgel in de kerk van Ootmarsum. Dit orgel werd in 1781 vervangen door het huidige instrument door Eberhard Berner.
De orgelbouwersfamilie Berner stamt uit Schledehausen bij Osnabrück. Zij werkten aanvankelijk in Westfalen en Noord-Duitsland.
In Ootmarsum gebruikte Berner veel materiaal uit het oude orgel. De windlade van het Bovenwerk is ook uit 1569. Het orgel werd ingespeeld op 14 oktober 1781. In 1809 werd de kerk aan de katholieken toegewezen. De hervormde gemeente bouwde een nieuwe kerk, die in 1810 klaar was. Het orgel van Berner werd meegenomen en in deze kerk geplaatst.
In de loop van de tijd werd het orgel ingrijpend gewijzigd. Vooral door de firma Haupt & Zn., die in 1890 de dispositie wijzigden door de Fagot 16′ te vervangen door een Trompet 8′ en de Sexquialter door een Gamba. De dispositie van het Bovenwerk werd geheel veranderd. Het instrument werd in 1971 gerestaureerd door de firma Flentrop. Adviseur bij de werkzaamheden was Willem Hülsmann. Bij de restauratie is de dispositie hersteld volgens de beschrijving van Knock, werd de temperatuur van het orgel gewijzigd in Werckmeister en zijn mechanieken en windladen geheel gerestaureerd.
Dispositie
Manuaal: Bordoen 16′, Principaal 8′, Gedakt 8′, Quinta 6′, Octava 4′, Flûte Douce 4′, Woudfluit 2′, Sexqualt III sterk – 1971, Mixtura V sterk – 1569/1781, Fagot 16′ – 1971.
Bovenwerk: Roorfluit 8′ – 1569, Principaal 4′, Quint 3′, Gemshoorn 2′, Scherp II sterk – 1971, Mixtura III sterk – 1971, Dulcino 8′, Tremulant.
Pedaal: Principaal 16′, Octava 8′, Ruischpijp III sterk, Basuin 16′, Cornet 2′ – 1781/1971.
Koppelingen: Manuaalkoppel (gedeeld).

15.45 uur: Bezoek aan het orgel van de H.H. Simon en Judas kerk te Ootmarsum.
Het orgel in Ootmarsum werd gebouwd in de jaren 1812/1814 door Epmann uit Essen.
Het oude orgel van de kerk was door de Hervormden meegenomen toen de kerk werd teruggegeven aan de Katholieke Parochie. In het orgel is veel oud materiaal verwerkt, veel van zeer oude datum. Deze materialen zijn van onbekende herkomst. In 1870 werd het orgel door de Oldenzaalse bouwer Elberink behoorlijk gewijzigd. Het aantal mixturen is verminderd, en grondstemmen werden toegevoegd.
In 1948 voerde Jos Vermeulen uit Alkmaar herstelwerkzaamheden uit. Een aantal registers bleek toen te zijn verdwenen uit het orgel. Pas in 1973 werd begonnen met een grondige restauratie, onder advies van P.J. de Bruijn en Hans van der Harst. Deze restauratie werd eveneens uitgevoerd door Jos. Vermeulen. Het orgel was in 1974 gereed. Het is niet teruggebracht in de originele staat. Een viertal registers uit 1870 is bewaard gebleven. Vijf andere werd gereconstrueerd. Op 24 maart 1974 werd het orgel weer in gebruik genomen. In april 2006 startte de firma Flentrop met een nieuwe restauratie.
Dispositie:
Hoofdwerk: Bordun 16′, Principal 8′, Octave 8′ (discant), Gedackt 8′, Rohrflöte 8′, Octave 4′, Flöte 4′, Quinte 3′, Superoctave 2′, Waldflöte 2′, Mixtur 4 fach, Sesquialtera 3 fach – 1974, Trompete 8′ (gedeeld) – 1974.
Onderpositief: Bordun 8′, Quintadena 8′ (gedeeld), Flauto Traverso 8′ (discant), Viola di Gamba 8′, Principal 4′, Flöte Douce 4′, Octave 2′, Spitzflöte 2′ (gedeeld), Cimbal 4 fach – 1974, Fagott 8′ (bas) – 1974, Hautbois 8′ (discant) – 1974, Tremulant.
Pedaal: Principal 16′, Subbass 16′, Octave 8′, Posaune 16′, Trompete 8′, Clairon 4′ – 1974.
Koppelingen: Manuaalkoppeling, Pedaal – Hoofdwerk.