Op zaterdag 18 april 2026 organiseren tijdschrift De Orgelvriend, de afdeling Noord-Brabant van de KVOK en de Brabantse Orgelfederatie een excursie naar vier orgels in Macharen, Berghem en Ravenstein. We beginnen en eindigen met orgels die Smits bouwde en die belangrijke elementen bevatten van eerdere orgels van Matthijs van Deventer. Daartussen bezoeken we een orgel van 61 jaar jong van Van Vulpen en een bescheiden Heyneman-positief dat 245 jaar oud is.

Programma

10.00 u    Macharen, Sint-Petrus’-Bandenkerk, Dorpstraat 1
Aanmelden. Ontvangst met koffie en thee
10.30 u    Toelichting op het orgel door Ruud van de Laar (Verschueren Orgelbouw)
Klankpresentatie en bespeling door Henk Kooiker

11.30 u    Berghem, Sint-Willibrorduskerk, Sint-Willibrordusstraat 40
Toelichting op het orgel door Henk Kooiker
Klankpresentatie en bespeling door Léon van den Brand

14.00 u    Ravenstein, Garnizoenskerk, Servetstraat 1
Toelichting, klankpresentatie en bespeling door Henk Kooiker

15.00 u    Ravenstein, Sint-Luciakerk, Sint-Luciastraat 1
Toelichting op het orgel door Ruud van de Laar (Verschueren Orgelbouw)
Klankdemonstratie en slotconcert door Léon van den Brand
Uitreiken cd en ‘nazit’

Macharen, Sint-Petrus’-Bandenkerk

Het orgel in de Sint-Petrus’-Bandenkerk in Macharen, waar wij vanaf 10.00 uur met koffie welkom worden geheten, werd door Smits gebouwd in 1864–1866 en heeft een positief daterend uit 1736. Dit eenklaviers viervoets-orgel werd in de vorige kerk geplaatst door de orgelmaker Matthijs van Deventer. In de nieuwe neogotische kerk, in 1862 in gebruik genomen, bouwde F.C. Smits uit Reek een nieuw orgel, waarbij het oude instrument als Onderpositief werd opgenomen. Daarbij werd de klavieromvang uitgebreid van c³ tot f³. De lade van Van Deventer werd gedraaid zodat de achterzijde (met een gereserveerde sleep voor een tongwerk) voorin het orgel kwam te liggen. De Quint en de Cornet van Van Deventer vervielen; dit pijpwerk werd voor een belangrijk deel gebruikt voor de extra tonen van de bestaande registers. Een Salicet 8’ discant maakte Smits met gebruikmaking van een aantal pijpen van de Prestant 8’ discant. Jacobus Peskens uit Oss  vervaardigde de kassen.
In 1969–1970 restaureerde Gebr. Vermeulen uit Weert het orgel. Eind 2023 werd door Verschueren Orgelbouw groot onderhoud uitgevoerd om het orgel in optimale conditie te krijgen. Vooral het pijpwerk werd gerestaureerd. De door loodwit ernstig aan getaste koppen van de Trompet 8’ werden vervangen door nieuwe koppen in oude factuur, maar met een hoger tinpercentage om de kans op oxidatie in de toekomst te verminderen. Bij de dunwandige pijpen van de Holpijp 8’ werden in de grotere pijpen ter versteviging inzetstukken geplaatst en aan de oude bovenrand vastgesoldeerd. Daarna werden de hoeden goed passend gemaakt.Smits heeft het onderpositief in een volledig gesloten onderkas geplaatst, waardoor dit werk meer terughoudend klinkt, als een soort echowerk. Hij voegde een Euphone 8’, een vroegromantisch doorslaand tongwerk, aan deze dispositie toe. Het ontbreken van een manuaalkoppel is ook opvallend voor dit orgel in Macharen. Het orgel heeft een aangehangen pedaal.

Berghem, Sint-Willibrorduskerk

Na de bouw van de Sint-Willibrorduskerk in Berghem in de jaren 1900–1903, was er geen geld voor een orgel. Het koor werd begeleid op een harmonium. In 1952 werd een nieuw door Gebrs. Vermeulen te Weert gebouwd orgel in gebruik genomen. Dit electropneumatische orgel had op het hoofdwerk slechts vier stemmen, de overige vijf bleven gereserveerd.
In 1993 kon men het Van Vulpen-orgel kopen uit de inmiddels gesloten Carmelkerk te Amstelveen. Dit neobarokke drieklaviers instrument was daar in 1965 gebouwd. Het is qua werk- en dispositie-opbouw herkenbaar gebaseerd op 16–8–4–2 voet. Consequent vinden we daar ook de bijpassende tongwerken. Het orgel heeft roodkoperen frontpijpen met tinnen labia. Dit orgel is, mede door herintonatie bij de plaatsing in Berghem, in verhouding niet zo scherp geïntoneerd als vergelijkbare instrumenten uit eerdere jaren.

Ravenstein, Garnizoenskerk

De Garnizoenskerk, een gotische zaalkerk, is de hervormde kerk van deze vestingstad. Ravenstein viel, als vrije katholieke enclave, niet onder het gezag van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlandse Gewesten. Tijdens de tachtigjarige oorlog had de Staten-Generaal der Nederlanden het recht in dit stadje een Staatsgarnizoen te legeren als tegenwicht tegen de oprukkende Spaanse troepen. Waar dit garnizoen voornamelijk bestond uit mensen met het protestantse geloof, was er behoefte aan een eigen kerk. Daarom werd in 1641 de garnizoenskerk gebouwd.
In 1781 plaatste Antonius Friedrich Gottlieb Heyneman uit Nijmegen dit orgel in de ‘Gereformeerde Kerk’ te Ravenstein. Het werd gekocht voor 367 gulden. Het positief heeft de vorm en opzet van een huisorgel. De kas is gemaakt door Abraham van Velp te Nijmegen. Hij is rijk versierd om het orgel meer allure te geven. In 1785 plaatste men de door Petrus Verhoeven uit Uden gemaakte musicerende engelen op het orgel.
In 1945 werkte D.A. Flentrop aan het orgel, herstelde de opgelopen oorlogsschade, verving de oude balg door een zwemmerbalg, plaatste een ventilator en verwijderde de tremulant. In 1973, na de grondige restauratie van de kerk, werd het orgel gerestaureerd door de Gebr. Vermeulen met een reconstructie van de oude balg (magazijnbalg met schepbalg) en de tremulant (inliggend).
De kerk is eigendom van de gemeente Ravenstein en is in bruikleen bij de Protestantse gemeente Ravenstein.

Ravenstein, Sint-Luciakerk

Deze in 1735 gebouwde kerk is een voor Nederland unieke barokke zaalkerk met een koepelgewelf. Drie jaar na  de oplevering van de kerk werd een eenklaviers achtvoets balustrade-orgel aangeschaft met achterkantbespeling dat – waarschijnlijk – is toe te schrijven aan Matthijs van Deventer. Toen Frans Smits in 1834 het orgel moest herstellen, plaatste hij een nieuwe windlade. De Cornet en de Bourdon 16’ discant maakten hierbij plaats voor een Flageolet 1’ en een Viola di Gamba 8’ discant. In 1866 vergrootte Smits het orgel met een positief op een nieuwe gecombineerde lade. Tevens kreeg het orgel een nieuwe onderbouw met frontbespeling.
In 1909 werden de beide strijkers van het positief vervangen door nieuw pijpwerk van fabrieksmakelij. Ook werd de toonhoogte verhoogd naar a¹ = 435 Hz. De Basson-Oboë 8’ van het Positief werd in 1925 vervangen door de Gebr. Vermeulen. Bij de restauratie in 1979–1980 door Gebr. Vermeulen werd de situatie 1866 gereconstrueerd waarbij de drie gewijzigde stemmen werden vervangen door stijlkopieën van Smits. Ook werd de oude toonhoogte van a¹ = 415 Hz hersteld. De frontpijpen werden van tinfolie voorzien.

Praktische zaken

De kosten van deelname bedragen € 25, te voldoen bij aanvang van de excursie. Deelnemers ontvangen een uitgebreid excursieboekje waarin alle orgels worden beschreven, inclusief dispositie en foto’s. Ook het programma is opgenomen. Aan het eind van de excursie wordt een CD verstrekt waarop werken zijn opgenomen die op de excursiedag ook zullen klinken.Deelnemers wordt verzocht zich uiterlijk op 11 april 2026 aan te melden via een mail aan

Links een afbelding van het orgel in ravenstein, St.-Lucia