Historie

In de Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici zijn twee verenigingen samengegaan: de Koninklijke Nederlandse Organisten Vereniging en de GOV-Vereniging van Kerkmusici. Beide verenigingen hadden een rijke geschiedenis achter zich. Hieronder treft u een korte geschiedschrijving van de KNOV en de GOV aan.

De Koninklijke Nederlandse Organisten Vereniging (KNOV)

Op 16 januari 1890 werd de Nederlandsche Organisten Vereeniging opgericht. Dit was een initiatief van de organisten Jos A. Verheijen (organist van de Amsterdamse Mozes-en-Aäronkerk), Martin Boltes (organist van de Amsterdamse Episcopal Church), J.B. Litzau (organist van de Rotterdamse Lutherse Kerk) en M.H. van ’t Kruijs (organist van de Rotterdamse Laurenskerk). Zij plaatsten in het toen door Van ’t Kruijs geredigeerde Het Orgel, maandblad voor organisten een oproep om te komen tot de oprichting van een organistenbond. Deze bond zou zich inzetten voor een fonds, waaruit de ergste nood onder de leden zou kunnen worden gelenigd. Op eerdergenoemde datum om twee uur ’s middags vond in het lokaal Krasnapolsky te Amsterdam de oprichtingsvergadering plaats. Het voorlopige bestuur werd toen gevormd door Jos Verheijen, voorzitter; M.H. van ’t Kruijs, eerste secretaris; Martin Boltes, tweede secretaris en Pomper, commissaris. De N.O.V. werd op 27 februari 1891 bij Koninklijk Besluit erkend als rechtspersoon. Ze telde toen 91 gewone leden en 71 donateurs. Leden waren afkomstig uit zowel rooms-katholieke als protestantse kringen.
De N.O.V. is in de eerste plaats opgericht voor de behartiging van de materiële belangen van haar leden en pas in de tweede plaats voor de orgelkunst. Het steunfonds van de vereniging groeide gestaag door bijdragen van de leden en door giften en legaten. Verschillende organisten leverden bijdragen door het geven van concerten waarvan de opbrengsten soms geheel werden afgedragen aan de penningmeester. De N.O.V. kon aldus steun verlenen bij ziekte en overlijden.

Het blad Het ORGEL was een reeds tijdens de oprichting van de NOV bestaand blad. Het eerste nummer was namelijk in maart 1886 verschenen. Mededelingen van het verenigingsbestuur werden in dit blad geplaatst maar het tijdschrift bleef zelfstandig. In 1901 besloot de organistenvereniging de uitgave van het blad financieel te ondersteunen. Na enige strubbelingen tussen bestuur en redactie werd dit blad in 1912 het officiële orgaan voor verenigingsnieuws en verenigingsmededelingen. Er bestond een zelfstandige redactie, los van de N.O.V. die voor de inhoud verantwoordelijk was. Van 1912 tot 1937 was de fameuze muziekjournalist Herman Rutters hoofdredacteur van Het ORGEL. Het tijdschrift volgde ontwikkelingen in de orgelkunst. Belangrijke composities en componisten werden besproken, tevens werd geschreven over nieuwe inzichten in de liturgische praktijk en belangrijke internationale ontwikkelingen. Voorts publiceerde men orgelbouwnieuws, een agenda van orgelconcerten en verenigingsnieuws. In 1937 werd de N.O.V. eigenaresse van het tijdschrift en benoemde het N.O.V.-bestuur een redactie. Van maart 1943 tot september 1945 werd de uitgave van Het ORGEL gestaakt. De bezetters verlangden dat de vereniging haar activiteiten geheel zou stopzetten omdat zij zich niet wilde aansluiten bij de Cultuurkamer. Het bestuur besloot de vereniging evenwel niet op te heffen.

De groei van de vereniging was niet overweldigend. In 1915 telde de vereniging nauwelijks 180 leden. Een van de activiteiten die de N.O.V. ontwikkelde was de instelling van examens voor het verkrijgen van een diploma en later ook een gemakkelijker getuigschrift. Dit om het peil van het hier en daar abominabele orgelspel in den lande te verhogen. In 1914 vonden de eerste examens plaats waaraan 26 kandidaten deelnamen.

In 1939 besloot het verenigingsbestuur om de activiteiten te verdelen over een aantal districten, elk met een eigen bestuur. Zo kon in kleinere kring worden gewerkt aan de bevordering van het orgelspel en de kennis van het instrument.
Op het gebied van de orgelbouw heeft de Nederlandse Organistenvereniging, vooral bij monde van haar voorzitter Lambert Erné (overleden 1971) flink van haar laten horen. De voorkeur voor het Scandinavische orgeltype kwam duidelijk tot uiting tijdens congressen (1953 en 1969) en in artikelen in Het ORGEL.
Een belangrijk feit op het gebied van de regeling van de rechtspositie van organisten was het in 1973 door de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk vaststellen van de Regeling voor de Kerkmuziek. Het concept daarvan kwam tot stand in nauw overleg tussen de NOV en de Koninklijke Nederlandse Toonkunstenaars Vereniging. Als gevolg van deze Regeling, waarin onder andere een bevoegdheidsverklaring III werd geregeld voor amateurorganisten, maar ook door de komst van conservatoria en de instelling van staatsexamens verloren de NOV-examens hun waarde.
In 1990, toen de NOV honderd jaar bestond, werd haar het predikaat ‘koninklijk’ verleend.

De GOV-Vereniging van kerkmusici

Op 14 februari 1931 kwamen vijf organisten ten huize van D.N.J. van der Pauw in Rotterdam. Behalve Van der Pauw waren het W.A Houtman, L.C. van Leeuwen, Joh. Luijkenaar Francken en N. Schuiling. De heren organisten besloten tot de oprichting van de ‘Vereeniging van Organisten der Gereformeerde Kerken’. Op 22 september van hetzelfde jaar werden op de eerste ledenvergadering de Statuten en het Reglement goedgekeurd. Alle gereformeerde organisten werden vervolgens uitgenodigd voor een ledenvergadering op 6 oktober 1931, waar ze onder meer konden luisteren naar een referaat van Luijkenaar Francken over ‘Plaats en taak van de organisten der Geref. Kerken.’
De komst van een vereniging voor organisten van de gereformeerde kerken past in de kerkelijke context van die tijd: niet alleen in de Hervormde Kerk maar ook binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland kwam in de eerste decennia van de twintigste eeuw steeds meer aandacht voor het kerklied en voor het kerkelijk orgelspel. In de Gereformeerde Kerken was er veel in beweging met betrekking tot de kerkzang. Vooral de vraag of er meer gezangen konden en mochten komen voor liturgisch gebruik, bracht de gemoederen en evenveel pennen in beweging. In 1930 lag het Rapport inzake de Herziening der Liturgie en het Vraagstuk van Het Kerkgezang op de tafel van de gereformeerde synode. Daarin werd gesteld dat synoden zich niet dienden uit te spreken over muzikale aangelegenheden. De gereformeerde mannenbroeders die de organistenvereniging oprichtten, realiseerden zich dat er een officiële, kerkelijk gebonden vereniging nodig was die de kerken deskundig kon voorlichten over de muzikale zaken. Bovendien raakten zij in toenemende mate ervan overtuigd dat ‘alles, wat de verhouding Muziek-Eeredienst betreft, slechts met vrucht kan worden besproken in een vereeniging van die organisten, die door hun functie bij één en dezelfde kerk en hun aanvaarden van de belijdenis dier kerk, op éénzelfde grondslag willen staan’ (D.N.J. v.d. Pauw, ‘Waarom beperking tot de Geref. Kerken’, Organist en Eeredienst nr. 2 (februari 1932).
Dat waren de twee voornaamste redenen waarom naast de bestaande Nederlandsche Organisten Vereeniging (N.O.V.), er een afzonderlijke vereniging voor gereformeerde organisten kwam. Bovendien, de N.O.V. streefde naar verbetering van de kerkelijke en sociale positie van de (vak)organist, iets dat voor de oprichters van de gereformeerde organistenvereniging niet zo nodig hoefde. Maar zij werden al snel door de leden toch aan het werk gezet om te komen tot een ‘instructie voor organisten’, waarin o.a. de posities en honorering van de organist vastgelegd zouden zijn. Die beoogde instructie leverde in de decennia daarna hevige discussies op. In 1980 kwam er voor het eerst op officieel kerkelijk niveau (d.w.z. met een paar deputaatschappen) een overleg over de positie van de organist, waarbij de GOV betrokken werd. Nog weer tien jaar later stelde de gereformeerde synode te Emmen de Regelingen Kerkmuziek en Kerkmusici vast. Deze vaststelling betekende dat de synode de regelingen bij de kerken aanbeval; van verplicht opleggen was geen sprake.

De Vereeniging van Organisten der Gereformeerde Kerken groeide in de eerste vier jaren naar 200 leden. Tien jaar later telde men 362 leden, een aantal dat in de vier decennia daarna toenam tot bijna 1150. Rond 2000 bedroeg het aantal leden 950.
De leden hadden onderling contact via (regionale) ‘kringen’ die al in 1932 in het leven werden geroepen. Tijdens de kringvergadering werden theoretische en praktische onderwerpen behandeld, waarmee de collega’s hun voordeel konden opdoen. Vanaf 1936 gaf de vereniging aan kerken orgelbouwadviezen en in hetzelfde jaar werd een begin gemaakt om te komen tot het afnemen van normexamens en vergelijkende examens.

In 1944 vond een splitsing plaats binnen de Gereformeerde Kerken. Onder leiding van dr. Klaas Schilder ontstonden de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Voor de organistenvereniging bracht dat een probleem mee, want opeens waren er twee kerkverbanden die de naam ‘Gereformeerde Kerken’ droe­gen. Welke van de twee werd nu bedoeld in de naam van de vereniging (‘…bij de Gere­formeer­de Kerken’)? Bovendien werd in artikel 2 van de Statuten gesproken over de Heilige Schrift ‘zoals die samengevat wordt in de belijdenisgeschriften der Gereformeer­de Kerken in Nederland’. Strikt genomen moest dit tot consequentie hebben dat een aantal leden geroyeerd moest worden. Op voorstel van het bestuur van de organisten werd tijdens de ledenvergadering op 27 maart 1946 besloten om als organisten van de synodaal-gereformeerde en vrijgemaakt-gereformeerde kerken bijeen te blijven in één vereniging. De vereniging veranderde haar naam in ‘Gereformeerde Organisten Vereniging’ (GOV). Als grondslag werd aanvaard de ‘inhoud van de Heilige Schrift, zoals die samengevat wordt in de Drie Formulieren van Enigheid’.

Na haar oprichting kreeg de gereformeerde organistenvereniging al spoedig een eigen tijdschrift: op 1 januari 1932 verscheen het eerste nummer van Organist en Eeredienst. Het betrof in de eerste jaren voornamelijk nog een blad waarin allerlei mededelingen betreffende het verenigingsleven geplaatst werden. In 1934 werden de eerste muziekbijlagen in het blad opgenomen, afhankelijk incidenteel maar op den duur bevatte elk nummer van Organist en Eeredienst een muziekbijlage. Dat de bijlagen vooral bewerkingen en zettingen van Geneefse psalmmelodieën betrof, zal niet verbazen bij een gereformeerde vereniging. In 1978 verscheen het Orgelboek voor de Psalmen (uitgegeven in samenwerking met Boekencentrum). Na de verschijning van het Liedboek voor de kerken lag de nadruk op koraalbewerkingen van gezangen. De vereniging gaf ook andersoortige uitgaven uit, zoals het boekje Inleiding tot de orgelbouw in 1979, en de Psalmencyclus (2001) van Adriaan C. Schuurman.

Haar zeventigjarig bestaan in 2001 greep de GOV aan zich te bezinnen op haar taak en toekomst. Dit gebeurde ook met het vooruitzicht dat de Gereformeerde Kerken in Nederland binnen afzienbare tijd zouden fuseren met de Nederlandse Hervormde Kerk en de Evangelisch Lutherse Kerk. Bovendien constateerde het GOV-bestuur dat de kerkmuzikale wereld de afgelopen zeventig jaren ingrijpend veranderd was. Niet alleen was de taak van de kerkmusicus enorm gewijzigd, ook was er naast de kerkorganist een andere kerkmusicus gekomen: de cantor(-organist). Op de algemene ledenvergadering die op 28 april 2001 in Utrecht werd gehouden, besloten de GOV-leden tot verbreding van de vereniging. Ook werd ingestemd met het bestuursvoorstel om de term ‘Gereformeerd’ uit de naam te verwijderen. Als nieuwe naam werd gekozen voor ‘GOV-Vereniging van Kerkmusici’ (VvKM). In januari 2002 verscheen het verenigingstijdschrift in een nieuw formaat en onder een nieuwe naam: Muziek & Liturgie.

Intussen had de eerste gezamenlijke vergadering van de besturen van de GOV en de KNOV plaatsgevonden. Onder leiding van KNOV-voorzitter Kees Hoeksma en GOV-voorzitter Rein van der Kluit kwam het tot een fusie, die leidde tot de oprichting van de Koninklijke Vereniging van Organisten en Kermusici in januari 2009. De KNOV telde op dat moment ongeveer 1600 leden, de GOV circa 800.

 

Adverteren?

Door te adverteren in één van de KVOK-tijdschriften bereikt u een zeer grote doelgroep.

Concerten aanmelden?

In de webagenda op www.hetorgel.nl, de nieuwsbrief NotaBene en in de ZomerAgenda kunt u uw concertaankondigingen plaatsen

Het ORGEL

bezoek ook HetORGEL.NL

Muziek en liturgie

Bezoek ook MUZIEKENLITURGIE.NL

Huis van de Kerkmuziek

Bezoek ook HUISVANDEKERKMUZIEK.NL