Jan Lamoré groeide op in Nieuw-Beijerland waar zijn vader schoolhoofd was. Na de lagere school en het voortgezet onderwijs ging Jan geneeskunde studeren. Hij werd chirurg, eerst in het Zuiderziekenhuis te Rotterdam en vervolgens in ziekenhuis Bethel te Delft waaruit later het Reinier de Graaf Gasthuis is ontstaan en waar Jan heeft gewerkt tot zijn pensionering. Nog spreken patiënten dankbaar over zijn deskundigheid en verantwoordelijkheidsgevoel waarmee ze door dr. Lamoré zijn geholpen.
Muziek hield Jan Lamoré al vroeg bezig. Hij leerde eerst piano spelen waarna het orgel zijn belangstelling trok. Naast zijn drukke praktijk met ongeregelde werktijden en spoedeisende oproepen pakte hij het onderricht in orgelspel serieus op. Hij volgde intensieve lessen bij Koos Bons op het Seifertorgel van de Immanuëlkerk in Maassluis. Met groot respect voor zijn leermeester sprak Jan over wat hij in de lange lesperiode bij Bons heeft geleerd.
Door het werk in Delft werd ’s-Gravenzande zijn woonplaats waar hij in het organistenteam werd opgenomen en kerkdiensten speelde op het Van Vulpenorgel in de Noorderkerk. Toen Jan en zijn vrouw Pieta na pensionering een appartement in Naaldwijk betrokken werd op hem een beroep gedaan om daar orgeldiensten te vervullen. Met dezelfde toewijding als chirurg nam Jan zijn activiteiten als kerkorganist op zich. Met grote interesse bezocht Jan de afdelingsbijeenkomsten van KVOK Zuid-Holland.
Kennis vergaren en delen was kenmerkend voor Jan. Hij gaf lezingen en schreef boekjes over drie sleutelfiguren die belangrijke ontdekkingen deden in de ontwikkeling van de geneeskunst: Antoni van Leeuwenhoek, Reinier de Graaf en Niels Stensen. Van de laatste is de uitspraak die Jan graag citeerde en op de rouwkaart staat: “Mooi is wat we zien, mooier is wat we herkennen, maar veruit het allermooiste is wat we niet kunnen bevatten.” Zien en horen zijn zintuigen die Jan veel hebben gebracht, zo is het citaat van Stensen voor Jan Lamoré ook van toepassing op muziek. Jan genoot van de schoonheid en structuur van muziek en hij was verwonderd over wat bij herhaling spelen en beluisteren verder te ontdekken was. Tijdens de afscheidsdienst in de Ontmoetingskerk in Naaldwijk klonk orgelmuziek die Jan zelf had uitgezocht van zijn favoriete componisten Bach en Böhm.
Jan Lamoré laat een grote leegte achter; wij wensen Pieta, zijn kinderen en kleinkinderen veel sterkte in het gemis.
Henk Vahrmeijer

